opinie

Dit is het archief voor de categorie opinie.

Woningcorporatie Vestia is in de problemen. En, zo lees ik in de krant en zie ik op het nieuws, dat komt omdat Vestia speculeerde. Met ingewikkelde financiële instrumenten die ‘derivaten’ heten.

Sinds de kredietcrisis zijn alle ‘derivaten’ ineens verdacht. Ook al zijn er best derivaten waarmee je risico juist verkleint in plaats van vergroot. Maar dat vergeten mensen even. Derivaten = ingewikkeld en ingewikkeld = gevaarlijk. Punt.

Nu zit ik, om het maar even populair te zeggen, in de ‘derivatenbusiness’. Ik moet er beroepshalve veel vanaf weten. En hoewel ik niet precies weet wat er speelde bij Vestia, wijst hetgene dát ik weet, niet op gevaarlijke praktijken door Vestia. Ik zal het proberen uit te leggen.

Om wat voor derivaten gaat het hier?

Vestia bouwt huizen. Om te kunnen bouwen, sluit Vestia langlopende leningen af. Deze leningen hebben een looptijd van soms wel veertig jaar, en vaak moet Vestia variabele rente betalen over deze leningen.

Variabele rente wil zeggen dat het rentepercentage dat Vestia moet betalen ieder jaar opnieuw wordt bepaald, op basis van de marktrente. Als het, zoals nu, slecht gaat met de economie, is de rente vaak laag. Als de economie weer aantrekt, wordt de rente hoger en moet je dus meer rente betalen over je leningen.

Dat is dus een risico; je betaalt nu lage rente, maar als de rente stijgt, moet je over een paar jaar veel rente betalen. Daar had Vestia geen zin in. Daarom sloten ze een rentederivaat af. Dat is een contract waarmee je afspreekt met de tegenpartij (meestal banken) dat je variabele rente gaat ontvangen, en vaste rente zult betalen. Met die variabele rente die je ontvangt, kun je de variabele rente op je lening betalen. En de vaste rente die je betaalt, blijft altijd hetzelfde percentage.

Aangezien Vestia de gebouwde huizen gaat verhuren, en daar dus vaste huurinkomsten over ontvangt tot in lengte van dagen, is er niks aan de hand. Vaste huurinkomsten, vaste rente-uitgaven, geen vuiltje aan de lucht. Toch?

Hoe kon het dan toch zo fout gaan?

Dat komt door een clausule in dat derivatencontract. Die clausule, in jargon een ‘CSA’ of ‘Credit Support Annex’ geheten, kan aardig roet in het eten gooien. Want hoewel het lijkt of er richting de toekomst weinig spannends gebeurt (vaste inkomsten, vaste uitgaven), kan een derivaat onverhoeds toch een forse waarde ontwikkelen (in de appendix onderaan staat uitgelegd hoe dan kan). En als je als bedrijf zo’n CSA hebt afgesloten met een bank, beloof je om die waarde bij te storten op een speciale rekening waar je zelf niet meer bij kunt. Zodat, als je onverhoopt failliet mocht gaan, de bank alsnog de waarde van het derivaat ontvangen – de curator heeft namelijk niks te zeggen over die speciale bankrekening.

Zo’n CSA werkt overigens twee kanten op: als de waardeontwikkeling van het derivaat in het voordeel van Vestia is, dan moet de bank er een saldo op storten. Als de bank dan failliet gaat (tegenwoordig ook niet ondenkbeeldig), dan mag Vestia het gestorte geld houden.

Kortom, de problemen van Vestia hadden niet te maken met het derivaat of met de geldstromen die veroorzaakt werden door dat derivaat. De problemen werden veroorzaakt doordat het derivaat nu zo’n enorme waarde had gekregen (2,5 miljard euro in het nadeel van Vestia), dat Vestia niet genoeg geld bijeen kon brengen om op die speciale rekening te storten. En die enorme waarde komt weer voornamelijk omdat de leningen en dus ook de derivaten zo’n lange looptijd hebben.

Hoe doen andere bedrijven dat dan?

Veel andere bedrijven hebben ook van die derivaten. Alleen die hebben niet zo’n CSA afgesloten, en hoeven dus niet bij te storten. Dan is er dus niets aan de hand, wat de bedrijven krijgen inkomsten binnen en betalen braaf hun vaste rente. Dat de derivaten nu zo’n enorme waarde hebben, maakt ze niks uit.

Is het afsluiten van zo’n CSA dan zo onverstandig? Op zich niet, want zoals eerder gezegd, kan dat ook in het voordeel van Vestia werken. En als zo’n bank dan failliet gaat, zegt iedereen: ‘Wat verstandig dat Vestia een CSA had afgesloten’, en ‘Wat dom van die andere bedrijven dat ze geen CSA hadden afgesloten, iedereen weet toch dat banken om kunnen vallen?’

Alternatieven

Kortom, misschien heeft Vestia wel helemaal niet zo heel veel fout gedaan. Ze hadden wellicht beter kunnen monitoren hoeveel geld ze in kas hadden, en eerder anticiperen op het feit dat ze zo grandioos veel moesten bijstorten. Maar 2,5 miljard euro, dat heeft niemand zo maar even liggen.

Een ander alternatief is het afsluiten van leningen met een vaste rente. Dan heb je niet zo’n rentederivaat nodig om je rente vast te zetten, en hoef je dus ook niets bij te storten.

Een derde alternatief is om rentederivaten met een kortere looptijd af te sluiten. Dan zet je de rente vast voor bijvoorbeeld tien jaar, en sluit je na die tien jaar weer nieuwe rentederivaten af. Het voordeel is dat rentederivaten met een kortere looptijd niet zo’n ernome waarde kunnen ontwikkelen. Het nadeel is dat je geen idee hebt welke rente je over tien jaar zult moeten betalen.

Een vierde mogelijkheid is om niet z’n CSA af te sluiten. Maar dat zou betekenen dat je wel een (aanzienlijk) hogere rente moet betalen. Zo’n CSA fungeert namelijk als verzekering tegen faillisement, en als die ontbreekt, moet je dus meer gaat betalen.

Conclusie

Het lijkt dus wel of Vestia helemaal niet heeft gespeculeerd; ze hebben juist geprobeerd om de rente vast te zetten voor een zeer lange periode. Toen de rentestand zeer laag werd, kregen de derivaten een zeer negatieve waarde die Vestia van de banken moest bijstorten. De berichtgeving in kranten en op tv is nogal amateuristisch op dit gebied; het blijft een lastig onderwerp om even snel uit te leggen aan de leek. Hopelijk is het mij redelijk gelukt.

Appendix: hoe kan een rentederivaat zo’n grote waarde ontwikkelen?

Bij een rentederivaat spreek je af om vaste rente te betalen, en ontvang je variabele rente om de variabele rente op je lening mee te betalen. Stel dat je dit derivaat vier jaar geleden hebt afgesloten. Toen heeft de bank het percentage bepaald dat je moet betalen, zeg vier procent. Je hebt het contract afgesloten voor veertig jaar.

Stel dat je datzelfde contract nu zou afsluiten, zou je minder vaste rente hoeven te betalen, omdat de huidige rentestand zo laag is. Dus mocht je je rentederivaat willen verkopen (niet dat dat kan, maar dat maakt voor de waardering van het contract niet uit), dan zou dus geen hond het willen hebben. Tenzij je zwaar bijbetaalt (in het geval van Vestia dus 2,5 miljard euro). Vooral bij rentederivaten met een lange looptijd kan de waarde van zo’n contract heel erg variëren.

Maar maar maar maar… Vestia wil het rentederivaat helemaal niet verkopen! Maar goed, dat maakt voor de waardering dus niet uit. En als je een CSA hebt afgesloten, zul je moeten bijstorten. Op zich ook niet zo erg, want je krijgt er een mooie rente over. Maar je moet het wel hebben liggen. En dat Vestia geen 2,5 miljard euro op de plank heeft liggen, dat is niet zo raar.

Vroeger

‘Vroeger,’ zei hij, ‘maakten ze apparaten die gewoon eeuwig meegingen. Toen, in de jaren tachtig, begonnen ze expres kleine mankementen in te bouwen, zodat het ding na een paar jaar – liefst net na de garantietermijn – kapot zou gaan.’

Hij zuchtte.

‘Maar nu is het nog veel erger. De producenten hoeven helemaal geen mankementen meer in te bouwen. Mensen willen nu zelf om de paar jaar een nieuwe telefoon, een nieuwe tv, een nieuwe computer. Om de oren geslagen door de commercie, werken mensen zich het apenzuur om zich de nieuwe iPad te kunnen veroorloven.’

Hij schudde zijn hoofd en zei: ‘De mensen zijn allemaal gek geworden.’

Zadie Smith heeft een opiniestuk geschreven over Facebook. Het verscheen in de New York Review of Books, en in vertaling in het NRC Handelsblad. Een opiniestuk, en daarom – zoals het hoort – af en toe behoorlijk kort door de bocht. Samengevat stelt ze twee dingen: (1) Facebook is gebaseerd op het armzalige leven van oprichter Mark Zuckerberg, en kent daarom nauwelijks diepgang; (2) Van een op een database gebaseerd systeem valt per definitie weinig diepgang te verwachten.

Ik ben het met beide punten oneens, en zal uitleggen waarom. Het eerste punt onderbouwt ze vooral met de inrichting van Facebook: “Zaken die je leuk kunt vinden zijn films, muziek, boeken en televisieprogramma’s, geen architectuur, ideeën of planten.” Dit is niet waar. Facebook biedt voldoende mogelijkheden om binnen je profiel en daarbuiten aan te geven welke filosofen je het liefste leest of welke gebouwen je het liefste bezoekt. Ze noemt nog een aantal andere voorbeelden van zaken op Facebook die ze typisch Zuckerbergiaans vindt (‘porren is wat nerds doen bij meisjes’), maar het is allemaal een beetje vergezocht.

Haar tweede stelling is interessanter: een ‘sociaal netwerk’ is niet te vatten in een database, en als je dat toch probeert, doe je jezelf tekort. Ik ben het met haar eens dat je af en toe iets meemaakt wat niet op Facebook te zetten is. Soms zie je een prachtige zonsondergang die je fotografeert met je mobieltje en dan op Facebook zet. En dan is het ineens minder spectaculair. Net als de reacties van je vrienden (meestal nul).

Maar als je op een andere manier met Facebook omgaat, wordt het ineens een stuk leuker. Namelijk als je mensen laat weten wat je aan het doen bent, op een luchtige manier. Soms kom ik iemand tegen die ik een half jaar niet gezien heb, maar dan kan ik toch vragen: ‘Goh, hoe gaat de verbouwing?’ En sommige mensen die ik niet zo goed ken, schrijven de leukste dingen en belevenissen op Facebook.

‘Daar zit ik niet op te wachten,’ zou een reactie kunnen zijn die ik me goed kan voorstellen. Maar ik zit daar wel op te wachten. En ik geniet af en toe van de scherpe observaties van mijn Facebookvrienden. Ook al staan die opgeslagen in een eenvoudige database.

Sinds driekwart jaar heb ik nu tv. Ik kreeg namelijk een mooie televisie, en ik kreeg internet via UPC. En UPC hield mij voor dat ik dan ook een televisie-abonnement bij ze moest afsluiten. Dit bleek later overigens niet waar, maar toen was het leed al geschied.

Ik had al zeven jaar geen televisie gehad en vond het dus wel leuk om het weer eens te proberen. Hiervoor keek ik ook wel programma’s, via uitzendinggemist.nl, maar dan had ik ze van tevoren geselecteerd op de computer. En zodra het saai werd, dan sloot ik het programma af en ging ik iets anders doen.

Niet zo met de televisie. Met de televisie ligt mijn ergenisgrens om de een of andere onverklaarbare reden veel hoger. Met andere woorden: ik blijf vaak naar pulp kijken. Als het echt te gortig wordt, dan zet ik ‘m niet uit. Nee, dan ga ik zappen.

Zo kan het dus gebeuren dat ik urenlang naar de televisie heb zitten turen, zonder dat ik echt gekeken heb. Tenminste, als je me de volgende dag zou vragen wat ik gezien had, dan zou ik eigenlijk niet weten.

Kortom: ik betaal 18 euro voor iets waar ik bijna nooit naar kijk. En als ik ernaar kijk, dan maakt het totaal geen indruk.

En daarom is het eindcijfer voor ‘de televisie’: een 3.

Hier in het westen hebben we vooral aandacht voor de uitwassen van het islamitische geloof. Meestal gaat het dan niet eens om werkelijk islamitische regels, maar om lokale culturele verschijnselen die zeker niet overal in de islamitische landen gangbaar zijn (zoals besnijdenis of het ombrengen van ongelovigen).

Hier in Nederland is Wilders vol van de islam als ‘agressieve’ godsdienst. Dat staaft hij bijvoorbeeld met het feit dat er relatief veel Marokkanen in de gevangenis zitten. Dat het hier ook om een cultureel verschijnsel zou kunnen gaan (hoeveel Indonesische moslims zitten er in Nederland in de gevangenis?), daar gaat hij aan voorbij.

Waar minder aandacht voor is, zijn de positieve bijverschijnselen van de regels van de islam. Zo mogen moslims niet drinken. Met oud en nieuw zijn het dan ook meestal geen moslims die problemen veroorzaken, maar gezonde Hollandse jongens en meisjes die ladderzat tegen de politie en ambulancepersoneel tekeer gaan.

En wat te denken van het aantal verkeersdoden en -gewonden, die jaarlijks voorkomen worden omdat moslims niet drinken? Hoeveel doden en gewonden er jaarlijks vallen door alcohol in het verkeer is niet precies bekend, maar het gaat om minstens 43 doden in 2007.

En moslims mogen ook niet gokken. Een gelovige moslim zal dus niet verslaafd aan gokken worden, en geen hulp nodig hebben om van die verslaving af te komen.

Maar beter nog: speculeren en risicovol beleggen worden ook gezien als gokken en zijn dus uit den boze.

Dus met islamitisch financieren geen kredietcrisis!

Tags: , ,

« Oudere stukjes