augustus 2008

Dit is het archief voor de maand augustus 2008.

NB Het huidige thema is niet Atahualpa. Voor een voorbeeld van Atahualpa, zie bijvoorbeeld deze wandelsite.

NB 2: Zie ook de aparte pagina over WordPress in het Nederlands op dit blog: WordPress in het Nederlands.

Net als de vorige keer heb ik m’n thema vertaald en het resultaat als zip online gezet hier. Want er zijn echt heel weinig Nederlandstalige thema’s beschikbaar voor WordPress 2.6.1. En, als extra service, volgen hier nog wat instructies.

1. Installeer WordPress 2.6.1 en de Nederlandstalige vertaling volgens de instructies op deze pagina.

2. Download deze zip: atahualpa_nl.zip

3. Ontzip het bestand en upload de resulterende folder naar de WordPress-map /wp-content/themes

4. Kies het thema uit onder ‘Design –> Thema’s’ in je WordPress-dashboard

5. Klaar!

Update 02/09/2008: Nieuwe versie geüpload, in de vorige zaten nog wat bugs. Ik zal nog voortdurend verbeteringen aanbrengen, dus als je up-to-date wilt blijven, moet je af en toe naar deze pagina terugkomen.

Tags: , , , ,

Pompelmoes.nl wordt helemaal gerestyled. Tijdelijk kan dat voor missende bestanden zorgen, of gekke letters. Maar stapje voor stapje worden die onvolkomenheden weggewerkt, en over een paar weken zou deze site er als vanouds uit moeten zien.

Wijzigingen:
- De site is geüpgrade naar de nieuwste versie WordPress
- Er is een nieuw thema geïnstalleerd
- Alle liedjes zijn verwijderd (hier wordt een aparte pagina voor in het leven geroepen)
- Ook de pagina met plaatjes is verwijderd
- Suffe verhalen en blogjes zijn verwijderd
- De categorieën zijn wat minder vaag gemaakt, zodat ze daadwerkelijk wat zeggen (zoals ‘korte verhalen’ of ‘dagelijkse avonturen’)

“Vijlen, dat gaat nu wel. Maar vullen, dat blijf ik lastig vinden. Met zo’n twee zeven achterin doe je maar wat. Ik zie niet wat ik aan het doen ben dan.”

“Nee, klopt, heb ik ook. Dat is gewoon een kwestie van ervaring.”

“Ja, waarschijnlijk wel, maar die heb ik nu nog niet. En de tandarts laat me maar gewoon m’n gang gaan.”

“Ja, je krijgt snel veel verantwoordelijkheid.”

“Trekken vind ik ook zo vreselijk. En dan werk ik nog in Heemstede. Jij zult in Den Haag wel een stuk vaker moeten trekken?”

“Ik moet wel vrij regelmatig trekken, ja.”

“Ik dacht eerst dat ik alleen bij oude mensen zou moeten trekken, maar er zijn nog best wel veel mensen, nou ja, zelfs van onze leeftijd, waarbij je moet trekken.”

Het was even stil.

“Maar vullen vind ik het ergste. Je ziet gewoon niet wat je aan het doen bent. Zeker met de twee zeven.”

Hm, volgens mij voelde ik een gaatje. In m’n twee zeven.

HET WAS EEN WARME ZOMERAVOND IN AUGUSTUS. M’n buurjongetje Ben en ik waren in de tuin aan het spelen. Zijn moeder was aan het koken, we hoorden haar met de pannen rammelen. En het gesis van smeltende boter: het water liep me in de mond.
“Kijk, heb ik gevonden,” zei Ben. Hij liet me drie kogelhulzen zien.
“Kan je die nog gebruiken?” vroeg ik.
“Natuurlijk niet,” zei Ben, “kijk, deze kogels zijn al afgeschoten. De hulzen zijn hartstikke leeg.”
Ik pakte er een uit Ben z’n hand. Het koper glinsterde in de ondergaande zon.
“Als ik later groot ben, word ik ook soldaat,” zei Ben. “En dan ga ik naar het Oostfront om tegen de Bolsjewieken te vechten.”
Ik zei niets. Deze discussie moest ik zien te vermijden. Voor ik het wist zou ik dingen zeggen die ik van m?n moeder niet zeggen mocht. Maar ik wist zeker dat ik nooit voor de Duitsers naar het Oostfront zou gaan.
Op dat moment was het eten klaar. Ik at vaak bij Ben. Zijn ouders zaten bij de NSB en daarom kregen ze meer bonnen dan mijn ouders. “Als er goede NSB-ers bestaan,” had mijn moeder ooit gezegd, “dan zijn de ouders van Ben dat.”
Bovendien was de moeder van Ben een betere kokkin dan m?n moeder, maar dat zei ik natuurlijk niet.
Na het eten bedankte ik de moeder van Ben voor het heerlijke eten. Het was begonnen met regenen, en ik stelde voor om boven te gaan spelen, op de kamer van Ben. Maar Ben had daar geen zin in.
“Jullie hebben toch net een nieuwe kat?” vroeg hij. “Ik wil ‘m zien!”
“Maar,” zei ik, “om deze tijd ligt ze altijd te slapen. Morgenmiddag is ze vast in de tuin, dan gaan we met haar spelen.”
Ben fronste zijn wenkbrauwen. Toen begon hij te wijzen: “Kijk, kijk, daar is ze!”
En inderdaad, daar liep Muis – de kat -, parmantig door onze tuin. We renden naar buiten. Muis schrok van die twee wildebrassen en vluchtte het huis in. Ben en ik renden achter de kat aan naar binnen.
Arme Muis wist niet wat haar overkwam, twee jongens van tien achter haar aan. Ze rende de trap op. Ben rende sneller dan ik, hij spoot de trap op. Ik hoorde mijn moeder wat mompelen in de keuken. Ik rende achter Ben aan. De kat twijfelde boven aan de trap.
“Muis, kom hier!” riep Ben. Dat vond Muis geen goed idee, en ze rende verder, naar de zolder. De zolderdeur stond op een kier, en Muis zocht een veilig heenkomen.
Hijgend stonden Ben en ik bovenaan de trap. Ben sloop naar de zolderdeur.
“Poes, poes!” riep hij met een hoog stemmetje. “Poes, poes!”
De deur ging langzaam dicht, als door een windvlaag. Ben wierp een vragende blik mijn richting op. Toen rende hij naar de deur en duwde deze met grote kracht open.
Daar stond niet poes, daar zat Sarah in haar rolstoel. Sarah was een vriendin van m’n ouders. Sarah was joods. Sarah was Ons Grote Geheim. En het was niet de bedoeling dat iemand wist dat Sarah bij ons in huis woonde. “Als de Duitsers dat ontdekken,” had mijn moeder me gezegd, “dan moeten we allemaal naar de gevangenis.”
En daar stond Ben, mijn vriendje, oog in oog met Sarah, onze onderduiker.

Ik weet niet of Ben zijn ouders heeft verteld over die vrouw in de rolstoel, waarvan hij nooit wist dat ze bij ons woonde. In ieder geval zijn we nooit verraden. Wel kan ik me nog die dag in mei herinneren, vlak na de capitulatie van Duitsland. Ben kwam, zoals altijd, naast me in de schoolbank zitten. Mijn klasgenootjes keken naar ons. Ze zeiden niets. Tot de pauze. We liepen naar buiten, en daar begon het getreiter. “Daar is Ben, de NSB-er. Het is geen beest, het is geen mens, het is een farizeeër.”
Ben keek naar mij. Ik zei niets. Huilend rende hij naar huis.
Pas een week later zag ik hem weer, toen hij en zijn ouders door de Binnenlandse Strijdkrachten uit huis gehaald werden. En ik wist zeker: als er goede NSB’ers bestaan, ja, dan waren Ben en z’n ouders dat.

Tags:

MIDDEN IN DE NACHT WERD HIJ WAKKER. Hij lag met wijdopen ogen de duisternis in te staren. Laura lag naast hem, nog diep in slaap. Hij hoorde haar regelmatige ademhaling, verder niets. Hij deed z’n ogen weer dicht en ging op z’n zij liggen.

Toen hoorde hij een geluid. Hij zat meteen rechtop in z’n bed. Dit was ook het geluid dat hem gewekt had, nu wist hij het zeker. Het kwam uit de keuken. Hij zocht op de tast het lichtknopje. Of nee, beter niet het licht aandoen. Je weet maar nooit.

Zachtjes stapte hij uit bed – voorzichtig – om Laura niet te wekken. En om de indringer, of wat het ook was in de keuken, niet te alarmeren. Hij sloop naar de deur, zachtjes op een kier, richting keuken gluren.

Niets. Hij zag niets. En toch… daar was het geluid weer! En toch echt í­n de keuken, daar was geen twijfel over mogelijk. Hij opende de deur en liep naar de keuken. De planken kraakten en het geluid hield op.

Hij bleef staan op de drempel van de keuken, doodstil. Tien seconden, twintig seconden gingen geruisloos voobij. En toen, onmiskenbaar, gescharrel. In de vuilnisbak.

‘Potverdorie,’ dacht hij, ‘muizen!’

De muizen hadden een gat geknaagd in het deksel van de vuilnisbak, hij zag het duidelijk, halfrond met muizentandjes. De muisjes wisten niet zeker of ze nou moesten vluchten, of stilzitten, of gewoon lekker doorgaan met waar ze mee bezig waren. Soms was het stil, soms ritselde het.

Toen kreeg hij een lumineus idee. Die muizen waren hem al wekenlang een doorn in het oog. Soms vergat hij per ongeluk de keuken op te ruimen, met als gevolg aangevreten brood en muizenkeutels in de pannen met etensresten. Of eigenlijk vergat hij dat best wel vaak. Nu was het moment van vergelding daar. Zijn wraak zou o zo zoet zijn.

Rustig liep hij naar het gootsteenkastje. De muizen scharrelden wat heen en weer, maar ze waren niet van plan om de vuilnisbak te verlaten. Mooi. Twee flessen pakte hij, allesreiniger en bleekmiddel. Eerst maar de chloor, dat was het smerigste. De mond van de fles paste precies op het knaaggat. De vloeistof gutste de vuilnisbak in, klok klok klok.

Het gescharrel nam toe. Om er zeker van te zijn dat de muizen niet zouden vluchten, maakte hij met z’n andere hand alvast de fles allesreiniger open. Zodra de fles chloor leeg was, wisselde hij de fles met de allesreiniger.

Deze fles paste nog beter op het gat. Hij schroefde de fles vast. Het gescharrel in de vuilnisbak nam nu paniekerige vormen aan. Hij schatte dat er ongeveer vijf muizen voor hun leven vochten daarbinnen. Een vreemd gevoel kwam over hem, een mengeling van verrukkelijk sadisme, triomf en van walging.

Hij rook een vreemde geur en besefte dat het chloorgas dat hij zo inventief had lopen mengen ook niet geheel ongevaarlijk voor mensen was. Hij opende het keukenraam en ademde de koele nachtlucht in.

Het geritsel werd al minder. Hij liep weer terug naar de slaapkamer: nu had het toch geen zin om in de weer te gaan met chloorgas en muizenlijkjes. Morgen zou het gas vervlogen zijn, en zou hij de troep opruimen.

Hij stapte weer in bed. Nu werd Laura wel een beetje wakker.

‘Wat is er?’ vroeg ze slaperig.

‘Niets, niets lieverd. Welterusten.’

Laura mompelde wat en sliep weer verder. Ook hij doezelde snel in slaap, om pas de volgende morgen te worden gewekt door een ijzingwekkend gegil.

Tags: , ,