januari 2007

Dit is het archief voor de maand januari 2007.

Ik groette hem beleefd, dat was alles wat ik op kon brengen. Echt hartelijk ging het niet. Hij keek nog eens goed, “sorry, ik ben je naam vergeten”. Maar hij wist nog wie ik was: de jongen die beroep had aangetekend tegen het vorige tentamencijfer. En terecht. Helaas was de beroepscommissie rechtstreeks naar hem gelopen. Zijn antwoord: “David heeft de vraag goed beantwoord, maar zo stond het niet in het boek. Dus is het fout.”

En nu zat ik er weer. Maar dit keer had ik wél goed geleerd. Over een paar weken zal ik hier het cijfer laten weten. Maar het wordt een 9, dat weet ik zeker.

Het aller-, aller-, allerlaatste tentamen van m’n universitaire studie (nu nog maar vijf tentamens voor m’n postdoc…)

Edit: Het eindcijfer was ruim een 8.

Tags: ,

“Het is een hele leuke film, over een pop die allemaal stoute dingen gaat doen. Ik heb hem niet gezien, maar volgens de man in de videotheek is ‘ie erg grappig”. Hij gaf me de videoband, “ik ga!”, en trok de deur achter zich dicht.

Er stond inderdaad een pop op de voorkant. Heel vriendelijk keek ‘ie niet, ik vond het een gemene pop. Maar ik was wel benieuwd naar de film. Ik was tien jaar oud, en was nu alleen in het grote huis midden in de bossen. (Volgens mijn moeder was het een spookhuis, dwaalde er een dode vrouw rond bij de trap. En later bevestigde de makelaar dat ook. Maar dat wist ik toen nog niet, en ik heb de dode vrouw nooit gezien.)

Ik deed de band in de videorecorder. De film ging over een jongetje, dat met z’n moeder een pop ging kopen. Het was een leuke pop, die kon praten. Soms leek het wel of de pop echt leefde.

En inderdaad, opeens kwam de pop tot leven, toen het jongetje er even niet was. De pop gooide de oppas uit het raam. Toen begon ik me zorgen te maken over de pop. Die was volgens mij minder lief dan ‘ie eruit zag.

Het werd steeds erger, en op een gegeven moment kwam het jongetje er ook achter dat de pop minder lief was dan hij altijd gedacht had. Toen gingen ze vechten tegen de pop, de moeder deed nu ook mee. De pop had met niemand medelijden. Hij was, geloof ik, de reïncarnatie van een boef die inmiddels dood was (ik was tien, maar wat reïncarnatie was, wist ik al wel).

Ik vond de film wel heel eng, maar ik wilde per se weten hoe het afliep. Het liep redelijk goed af: de pop werd verslagen, iedereen was blij (tenminste, iedereen die niet dood was), maar het eindigde met dat de pop toch nog een beetje leefde.

En toen was de film afgelopen. Ik was alleen in het grote huis in de bossen. En eigenlijk was ik héél erg bang.

Ik liep naar boven, of er niets aan de hand was. Ik poetste m’n tanden, en kon het niet laten af en toe over mijn schouder te gluren. Ik sloop naar bed, gelukkig waren daar mijn twee knuffels, Mus en Zeehond, die nooit sadistische neigingen hadden vertoond. Ik drukte ze dicht tegen me aan. Het duurde nog wel even voor ik sliep.

De man was in een baldadige bui, dat had de serveerster allang gezien. Hij was in het gezelschap van een veel jongere vrouw, die hij graag wilde laten zien hoe jong van ziel hij wel niet was. Dit deed hij door zeer luidruchtig aanwezig te zijn en jolige grappen te maken.

De jongere vrouw lachte telkens beleefd, maar was er duidelijk niet van gediend en hoopte waarschijnlijk dat deze – naar ik vermoedde – eerste internetdate snel over zou zijn.

“Wilt u alvast iets drinken?” vroeg de serveerster, met dezelfde achteloze routine als ze in de Albert Heijn om je bonuskaart vragen.

De man zag zijn kans schoon, aangezien het café aan een straat lag die wordt bezongen in een kinderliedje.

“Doet u mij maar zoete melk met room!”

De jongere vrouw zuchtte zichtbaar. De serveerster vertrok geen spier, noteerde de bestelling en wendde zich tot de vrouw. De man keek wat verbaasd.

“Ik wil niet echt zoete melk met room!” zei hij, nu iets minder luidruchtig.

“Dan neemt u wat anders,” zei de serveerster. “Zegt u het maar.”

Nu was, wat de jongere vrouw betreft, de maat vol. “Henk, sorry. Ik denk niet dat dit gaat werken. Ik bel je nog wel.” En, tot de serveerster: “Dankjewel, maar ik ga.” En ze pakte haar jas, legde de shawl rond haar nek met korte bewegingen en liep het café uit.

De man keek haar mismoedig na. De serveerster stond er nog steeds, niet zichtbaar van haar stuk gebracht. De man keek naar haar op. En hij zuchtte: “Doe mij maar een biertje en een jonge klare.”

Tags: ,

Pixels

Letters als pixels
Pixels als lampjes
Die schijnen en zo
De nacht verlichten

En al die pixels
Maken samen de woorden
Die ik verslind als een wolf een hert
Die ik van het scherm af zou willen likken
Of snijden en opbergen in een kistje

Maar net op tijd bedenk ik me
Het mes geheven boven de nietsvermoedende
En in alle opzichten onschuldige computer
En het besef treft me, het zijn enkel

Pixels

Tags:

Pakkende titel voor een blogje, toch?

Ze zijn er dus tóch: goede musici die hun mp3′s gewoon online aanbieden. Als je van acoustische folk-achtige liedjes houdt, dan is www.johnwoodward.com zeker het beluisteren waard. Al zijn mp3′s zijn hier te vinden.

Tags:

« Oudere stukjes